Frullesk


Frullesk is als breitechniek nieuw en nog volop in ontwikkeling. Het is een stevige liefdesbaby van Fair-Isle en Dubbelbreien. Zoals ieder kind, heeft Frullesk karaktertrekjes van de ouders (je werkt met twee draden per toer, iedere steek wordt gebreid en voorliefde voor rechte en averechte steken) maar heeft ook een aantal unieke eigenschappen.

Frullesk is een breitechniek waarbij gebreid wordt met 2 draden per toer. Bij elk steek heb je de keus om te breien met draad A of B. Je gebruikt één draad om de steek te breien en één draad laat je meelopen. Deze draad kan bij frullesk aan de voor- of achterkant van de steek meelopen. Hierin is frullesk anders dan bijvoorbeeld fair-isle waarbij de draad waar niet gebreid wordt, standaard aan de achterkant wordt meegenomen of dubbelbreien waarbij de meelopende draden aan de ‘binnenkant’ van het breiwerk vallen.

Extra dimensie

De actieve rol van de meelopende draad zorgt voor een nieuwe dimensie:

  • In de textuur – de meelopende draad ‘duwt’ de steek een bepaalde kant op waardoor er meer diepte ontstaat en sommige steken hebben een heel duidelijk reliëf.
  • In je handelingen – bij elke steek is de verwerking van de meelopende draad een bewuste handeling
  • In telpatronen – elk vakje moet per steek informatie geven over wat er met garen A & B gebeuren moet
  • In de look – Vooral bij de steken waarbij je een draad voor rechte tricotsteken laat meelopen, ontstaat een geweven look
  • Beide kanten van het werk kunnen interessant zijn en totaal van elkaar verschillen.


Breimethode

Bij patronen waarbij een draad max. 1 steek voor een andere steek moet meelopen, kun je nog wel uit de voeten met de Engelse manier van breien (1 draad op links en 1 draad op rechterhand). Maar loopt een draad meerdere steken voorlangs mee, dan is het zeker aan te bevelen om over te gaan op een methode waarbij je beide draden op de linkerhand draagt zoals de continentale of gecombineerde methode.

Constante spanning

Het werkt verreweg het prettigste wanneer je een constante spanning op je draden hebt. Je linkerhand regelt de draadspanning van beide draden en je rechterhand zorgt voor de rechternaald waarmee je kunt insteken.

Werkvolgorde van draden is belangrijk

Als je werkt met 2 draden, ligt er altijd één draad links en één rechts, ook al heb je ze allebei op je linkerhand. De draad die het meest links gehouden wordt, is van nature als eerste aan de beurt bij handelingen.

Stel: je breit 1 steek met draad A (die ligt links) en draad B (ligt rechts) moet achter de steek meelopen. Daarna maak je een steek met B (ligt rechts) en moet draad A voor het werk meelopen (ligt links). Dan laat je eerst draad A(links) naar voren komen en vervolgens brei je met B (rechts). De volgende steek brei je ook met B en draad A moet nu achter de steek meelopen. Dan leg je eerst draad A (links) naar achteren en vervolgens brei je met B (rechts). Tussen de steken zie je nu dat draad A onder ligt en draad B boven. Zou je andersom te werk gaan, dus eerst draad B breien en daarna draad A naar achteren brengen, dan ligt draad B dus onder en dit heeft gevolgen voor je werk.
Bij de bovenste foto is gewerkt met een consequente draadvolgorde. In de onderste foto kun je zien wat de gevolgen zijn als je niet werkt met een vaste draadvolgorde.

Deze techniek biedt veel nieuwe mogelijkheden. Tot dusver zijn zo’n 30 verschillende frullesk steken uitgewerkt en dit aantal blijft stijgen.

Bij elk patroon van WOOL NERD waarin gebruik gemaakt wordt van frullesk, is een handleiding bijgevoegd. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op de techniek zelf en de beste breimethode voor frullesk.

Benieuwd hoe dit werkt en hoe je dit zelf kunt doen? Kom naar een workshop en krijg deze afwisselende techniek (en nieuwe steken) stap voor stap in de vingers!